Reeën, zwanen, huiskatten en slangen: bij Dierenambulance Friese Meren zien ze het allemaal voorbij komen. Vanuit Joure rijden ze met hun ambulances door de hele regio om dieren in nood hulp te bieden.
In Joure werken ongeveer 40 vrijwilligers. Wij mochten een middagje meerijden met vrijwilligers Lisa en Wieteke om te kijken wat het werk op de ambulance precies inhoudt.

Een lach en een traan
Het helpen van mensen en dieren staat centraal bij de Dierenambulance. “De dieren kunnen dat zelf niet, zij zijn afhankelijk van ons,” vertelt coördinator Annemay Bock. Vrijwilliger Lisa ziet vaak dat dieren in de problemen komen door menselijk toedoen: “dan vind ik het fijn om dat terug te kunnen draaien.”

Het werk is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, zo vertellen de vrijwilligers. “Ik kan wel eens meehuilen. Dat wordt ook wel gewaardeerd, het is iets menselijks,” vertelt Lisa. Vrijwilliger Wieteke heeft ook haar manieren om met de vervelende situaties om te gaan: “soms rolt er een traan of heb ik het er met een collega over.”

Niet zomaar aanraken
De Dierenambulance neemt niet elk dier meteen mee. Rondzwervende katten doen ze bijvoorbeeld eerst een belbandje om, zodat een eventuele eigenaar contact kan opnemen. Pas na lange tijd of wanneer het dier gewond is, wordt hij meegenomen. Bij jonge kittens wordt er altijd eerst naar een moederpoes gezocht.

Ook bij wilde jonge dieren is er veel om rekening mee te houden, vertelt Annemay: “een wild zoogdier met mensengeur wordt afgestoten, dus raak het nooit zomaar aan.” Wanneer het jong op een gevaarlijke plek ligt, kan er natuurlijk contact opgenomen worden met de Dierenambulance.

Wanneer je getuige bent van verwaarlozing of mishandeling kan 144 gebeld worden. Dat soort gevallen worden opgepakt door de Dierenpolitie.