Nieuws

Van Friesland naar Curaçao: hoe twee vrouwen hun levenswerk voortzetten

Gepubliceerd door
Redactie

Na ruim twee decennia waarin zij samen aan het roer stonden van Fier, hebben Linda Terpstra en Anke van Dijke afscheid genomen van de organisatie die zij mee hebben opgebouwd tot hét landelijke expertisecentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Maar hoewel hun dienstverband bij Fier eindigt, stopt hun missie allerminst. “We blijven samenwerken,” aldus Van Dijke. “Niet meer voor Fier, maar wél voor het doel.”

Luister naar Yn Petear mei waarin programmamaker Wietze de Haan in gesprek is met Terpstra en Van Dijke

“Alleen opvangen was niet genoeg”

De samenwerking tussen Terpstra en Van Dijke begon al in de jaren 80. Beiden afgestudeerd in 1986, werken ze inmiddels ruim 23 jaar samen bij Fier. Wat begon als een tijdelijke aanstelling als interim-directeuren bij de vrouwenopvang in Leeuwarden, groeide uit tot een levensmissie.

“Alleen het opvangen van vrouwen en kinderen die te maken hebben gehad met ernstig geweld, bleek niet genoeg,” vertelt Linda Terpstra. “We zijn altijd uitgegaan van de vraag: wat is nodig? En daar hebben we ons beleid en onze aanpak op gebaseerd.” Volgens Terpstra betekende dat onder andere: integrale hulp bieden, veiligheid waarborgen en preventie centraal stellen. “Zorg is geen doel, maar een middel om veiligheid te creëren.”

Van Dijke vult aan: “We wilden het onzichtbare zichtbaar maken. Als je wil dat geweld stopt en voorkomen wordt, dan moet je het agenderen. De samenleving moet zien wat wij in onze organisatie zien.”

De Veilige Veste van Fier in Leeuwarden (foto: Omrop Fryslân)
Wat doet Fier?
Fier biedt opvang, hulp en behandeling aan mensen die te maken hebben gehad met ernstige vormen van geweld, zoals huiselijk geweld, seksueel misbruik, mensenhandel en online shaming. De organisatie begon ooit als vrouwenopvang in Leeuwarden, maar groeide uit tot een toonaangevende instelling met vestigingen in onder andere Capelle aan den IJssel en Rotterdam.

Nieuwe missie: een Veilig Thuis op Curaçao

Hoewel Terpstra per 1 juli uit dienst is getreden en Van Dijke per 1 januari volgt, betekent dat geen pensioen op traditionele wijze. Integendeel. De twee zijn al druk bezig met een nieuwe droom: het opzetten van een veilige vesting op Curaçao, vergelijkbaar met wat Fier in Nederland heeft gerealiseerd.

“Ik ben geboren op Curaçao,” vertelt Terpstra. “En ik voel steeds sterker dat ik iets terug wil doen voor het eiland.” Op Aruba is ze al actief als vrijwilliger in een kindertehuis, en op Curaçao werkt ze aan het realiseren van een veilige plek voor slachtoffers van geweld. “We zijn bezig met het vormen van een denktank, waarin ook grote namen zitten, zoals de CFO van Microsoft en de voorzitter van de European Family Justice Centers.”

Van Dijke is eveneens enthousiast: “We gaan niet achterover leunen. Dit is onze missie. We blijven doen wat nodig is: onafhankelijk en vanuit volledige vrijheid.”

“Het systeem werkt tegen in plaats van mee”

Terpstra en Van Dijke kijken met trots terug op wat zij met Fier hebben bereikt. Zo staat het thema geweld inmiddels stevig op de agenda, landelijk en lokaal. Toch klinkt er ook frustratie over de staat van de Nederlandse zorg- en veiligheidssystemen.

“De bureaucratisering werkt verlammend,” aldus Terpstra. “We hebben in Nederland geen tekort aan geld, maar we zetten het geld niet goed in. Overheadpercentages zijn opgelopen tot 35%, en in sommige gevallen tot wel 50% als je de administratieve lasten van zorgverleners meetelt.”

Volgens Terpstra en Van Dijke zouden instellingen veel meer vertrouwen moeten krijgen om te doen wat nodig is, zonder gevangen te zitten in eindeloze verantwoordingsstructuren en aanbestedingen. “Als we een hek zouden zetten om het geld dat Fier krijgt, en 15% naar overhead laten gaan in plaats van 35%, dan komt er 35% extra beschikbaar voor daadwerkelijke hulpverlening. Geen hogere wiskunde.”

“We zien de slachtoffers steeds jonger worden”

Een groeiend probleem waar de voormalige bestuurders van Fier op wijzen, is de verschuiving van geweld naar de digitale wereld. “De daders én de slachtoffers worden steeds jonger,” waarschuwt Van Dijke. “Onder invloed van digitalisering zien we jongeren betrokken raken bij seksuele en criminele uitbuiting.”

Volgens haar is het huidige zorgsysteem hier totaal niet op ingericht. “De zorg loopt vijftig jaar achter op de technologische ontwikkelingen. Terwijl criminelen gebruik maken van kunstmatige intelligentie en andere moderne middelen, loopt de hulpverlening hopeloos achter.”

Daar komt bij dat geweld vaak nog wordt gezien als een privékwestie, een probleem “achter de voordeur”. Van Dijke pleit voor een integrale benadering, waarin ook ondermijning, loverboyproblematiek, mensenhandel en online uitbuiting als één geheel worden aangepakt. “De patronen zijn hetzelfde. Het gaat altijd over macht, intimidatie, afhankelijkheid en kwetsbaarheid.”

Anke van Dijk (foto: Fier)

De rol van gemeenten en decentralisatie

De samenwerking met gemeenten laat volgens Terpstra en Van Dijke te wensen over. Hoewel de stad Leeuwarden Fier volgens hen goed ondersteund heeft, zijn veel andere Friese gemeenten minder betrokken. “Dat is een gevolg van de decentralisatie,” stelt Van Dijke. “De burgemeester van Leeuwarden zou zich wat ons betreft actiever mogen verdiepen in het veiligheidsvraagstuk.”

De Vereniging van Friese Gemeenten, waar Van Dijke en Terpstra graag mee in gesprek zouden willen over de rol van Fier bij ondermijning, laat nog op zich wachten. “We worden nog te weinig betrokken,” zegt Van Dijke. “Terwijl het probleem groeit en steeds meer gezinnen raakt. Ouders durven hun kinderen niet meer alleen naar school te laten gaan, bang dat ze worden meegezogen in criminele netwerken.”

“Je mag geen telefoon afpakken van een kind dat wordt uitgebuit”

Dat de regelgeving soms haaks staat op de praktijk, maakt Van Dijke pijnlijk duidelijk met een voorbeeld. “Als er een meisje binnenkomt bij ons dat seksueel wordt uitgebuit, en ze staat via haar telefoon nog in contact met haar loverboy of uitbuiter, dan nemen wij die telefoon in beslag. Volgens de wet is dat een vrijheidsbeperkende maatregel en dus verboden.”

Toch vindt zij het volkomen terecht: “Iedere ouder begrijpt dat je een kind moet beschermen. Dat heet geen beperking, dat heet bescherming.”

Schrijnende voorbeelden

Tijdens het gesprek komt de schrijnende realiteit van hun werk steeds terug. Terpstra vertelt over een meisje van zeventien dat jarenlang als huisslaaf heeft gewerkt, nooit naar school is geweest, en via een gehandicapt kindje Nederlands heeft leren spreken. “Ze kwam bij ons zonder paspoort, zonder BSN, zonder bestaansrecht. En dan moet je haar onderwijs bieden. Daar moet je als samenleving op voorbereid zijn.”

Een ander voorbeeld is een meisje van dertien dat een half dorp ‘geholpen’ had, zonder überhaupt te begrijpen wat seksualiteit is. “Dat treft je diep,” zegt Terpstra. “Maar het houdt ook de vlam brandend om te blijven vechten voor deze kinderen.”

Ook jongens zijn slachtoffer van geweld en uitbuiting, al wordt dat volgens Van Dijke nog onvoldoende onderkend. “Jongens identificeren zich minder vaak als slachtoffer en de omgeving doet dat vaak ook niet. Maar de problematiek is even ernstig.”

Linda Terpstra (foto: Fier)

Succes: een kind dat terug naar school kan

Ondanks de zwaarte van de problematiek blijven beide vrouwen optimistisch. “Voor mij is succes,” zegt Terpstra, “wanneer een jongere na een verblijf bij Fier weer naar school kan, indien veilig; terug naar huis en mee kan doen in de samenleving. Daar doe je het voor.”

Van Dijke voegt daaraan toe dat snelle hulp cruciaal is: “Hoe eerder je erbij bent, hoe beter. Maar het systeem dwingt ons om altijd te beginnen met lichte zorg, voordat zwaardere zorg mag worden ingezet. Terwijl je in de medische wereld bij twijfel meteen wordt doorgestuurd naar een specialist. Waarom doen we dat hier niet?”

Chatfunctie: 30.000 unieke contacten per jaar

Fier biedt niet alleen opvang en therapie, maar ook online hulp. De chatfunctie van de organisatie trekt jaarlijks tussen de 20.000 en 30.000 unieke gebruikers. Vooral ‘s avonds en ‘s nachts blijkt de behoefte groot, vertelt Van Dijke. “Dat zijn de momenten waarop mensen geen afleiding hebben van werk of school, of juist uit de greep van hun belager zijn.”

Maar ook hier is de regelgeving niet meegegroeid. “Online, anonieme hulpverlening wordt nog altijd niet erkend door het ministerie of gemeenten, terwijl heel Nederland online is. De zorg is dat nog niet.”

Voor altijd betrokken

Hoewel hun functies bij Fier eindigen, is het duidelijk dat Linda Terpstra en Anke van Dijke hun missie blijven voortzetten. “We zijn misschien niet meer in dienst,” zegt Terpstra, “maar de energie is er nog volop. We gaan verder. Op Curaçao, in Nederland, waar we ook kunnen helpen.”

De behoefte aan mensen die hun nek uitsteken blijft volgens haar groot. “We zijn wel eens verweten dat we te zichtbaar waren. Maar als je het onzichtbare zichtbaar wilt maken, dan heb je de plicht om te spreken.”

Delen
Gepubliceerd door
Redactie

Deze site gebruikt cookies.